Op basis van de teksten van de kiezers van de 7 grootste partijen is een rapport gemaakt van de verwachtingen van die kiezers over het nieuwe (minderheids-)kabinet
Lees volledig artikel: Wat verwacht men van het nieuwe kabinet?
Meetmethode
Aan de kiezers is gevraagd om in eigen woorden aan te geven wat ze verwachten van het nieuwe kabinet. Via een speciale AI-tool van Peil.nl zijn die antwoorden van de respondenten omgezet in dit rapport. Voor de kiezers van de grootste 7 partijen bij TK2025 is dat geanalyseerd, hetgeen geleid heeft tot een apart hoofdstuk in dit artikel.
Eerst de samenvatting van de bevindingen van de kiezers van de zeven partijen met daarin de verwijzing naar het specifieke hoofdstuk.
Samenvatting
Dit rapport brengt de verwachtingen samen die kiezers van zeven partijen uitspraken bij het aantreden van het nieuwe minderheidskabinet onder leiding van premier Jetten (D66–VVD–CDA). Per partijgroep worden de voornaamste thema’s en het overheersende sentiment weergegeven. De bevindingen zijn gebaseerd op open antwoorden en weerspiegelen de stemming onder de ondervraagde achterbannen op het moment van kabinetsformatie.
D66 (17%)
D66-kiezers ontvangen het kabinet met voorzichtig optimisme, maar dat optimisme is uitdrukkelijk conditioneel. Men waardeert de rustige bestuurssfeer en het pragmatische minderheidsprofiel, en ziet het zoeken van wisselende meerderheden als een kans voor democratische vernieuwing. De prioriteiten liggen bij klimaat, stikstof, woningbouw en defensie — dossiers waarop men realisatie haalbaar acht. Tegelijkertijd klinkt scepsis over de VVD: men vreest dat D66-ambities op klimaat en sociale rechtvaardigheid worden afgezwakt door de dominantie van de liberalen in het akkoord. Sociale ongelijkheid is een terugkerend punt van zorg: bezuinigingen op zorg en uitkeringen worden kritisch ontvangen, en men verwacht dat de zwaksten in de samenleving onevenredig worden getroffen. De toon is weloverwogen en betrokken — D66-kiezers zijn de meest genuanceerde en inhoudelijk georiënteerde groep in het onderzoek. Men geeft het kabinet het voordeel van de twijfel, maar stelt wel duidelijke voorwaarden aan duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en eerlijke lastenverdeling. Het minderheidsprofiel wordt als democratisch experiment verwelkomd, niet als zwakte.
Ga naar het D66-rapport
CDA (12%)
CDA-kiezers staan pragmatisch en gematigd sceptisch tegenover het kabinet. Men waardeert de rustige toon en de aanwezigheid van Bontebal als herkenbaar CDA-gezicht, en erkent dat defensie, woningbouw en stikstofaanpak realiseerbare doelen zijn. De dominante zorg is echter of het CDA voldoende eigen profiel behoudt in een coalitie die door velen als VVD-gedomineerd wordt ervaren. Bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid roepen breed onbehagen op — men accepteert de noodzaak van hervormingen, maar wil niet dat de kwetsbare medemens de prijs betaalt. De minderheidspositie wordt met gemengde gevoelens ontvangen: men ziet de democratische logica ervan, maar twijfelt of daadkracht mogelijk is als voor elk besluit externe steun nodig is. Het sentiment is realistisch en nuchter — geen groot enthousiasme, maar ook geen fundamentele verwerping. CDA-kiezers willen het kabinet een eerlijke kans geven, maar rekenen wel op zichtbare christendemocratische accenten in het beleid.
Ga naar het CDA-rapport
VVD (14%)
VVD-kiezers zijn de meest verdeelde en intern tegenstrijdige groep. Een groot deel is teleurgesteld: men stemde op de VVD voor een rechts koers, maar ervaart dat D66 de coalitie naar links heeft getrokken. Het verwijt dat de VVD zich heeft laten inpakken door D66 klinkt breed. Tegelijkertijd bestaat er intern ongenoegen over de bezuinigingen: een opvallend deel van de eigen achterban verwerpt de kortingen op zorg, WW en AOW als asociaal en onherkenbaar VVD-beleid. Defensie is het enige dossier dat breed steun geniet. Migratie staat hoog op de agenda, maar men heeft weinig vertrouwen dat het kabinet de instroom daadwerkelijk beperkt. De box-3 belastingplannen worden door velen als een aanslag op de middenklasse ervaren. Het minderheidsprofiel wordt als structurele handicap gezien: zonder meerderheid is daadkrachtig bestuur onmogelijk. Het overheersende sentiment is scepsis en teleurstelling, niet zozeer ideologische afwijzing — men had meer van een VVD-geleide coalitie verwacht.
Ga naar het VVD-rapport
GroenLinks-PvdA (13%)
GroenLinks-PvdA-kiezers zijn verreweg de meest ideologisch eensgezinde en kritische groep. Het kabinet wordt breed als een ‘VVD-kabinet’ beschouwd: D66 en CDA worden ervan beschuldigd zich te hebben laten inpakken door Yesilgöz, terwijl de sterkste schouders de bezuinigingen dragen in plaats van de zwaarste lasten. De kernkritiek is sociaal-economisch: eigen risico omhoog, WW korter, WIA aangescherpt — terwijl vermogens, hypotheekrenteaftrek en bedrijfswinsten ongemoeid blijven. Dit wordt als fundamenteel onrechtvaardig ervaren. Klimaat- en stikstofbeleid wordt deels erkend als stap vooruit, maar de financiering ervan ligt bij burgers in plaats van bij het bedrijfsleven. Defensie-uitgaven worden conditioneel geaccepteerd — mits gefinancierd via de rijken, niet via sociale afbraak. De minderheidspositie wordt niet als democratische kans gezien, maar als bewijs van zwakte. Tegelijkertijd leeft de strategische hoop dat de oppositierol van de eigen fractie kan worden benut om de ergste plannen tegen te houden. De toon is politiek verontwaardigd, soms verdrietig, maar nooit apathisch.
Ga naar het GroenLinks/PvdA-rapport
JA21 (6%)
JA21-kiezers vormen een homogeen negatieve groep met een breed gedeeld gevoel van politieke teleurstelling. Het kabinet wordt op drie fronten afgewezen: ideologisch (te links, D66-gedomineerd), inhoudelijk (migratie wordt niet aangepakt, klimaatbeleid is kostbaar en zinloos) en procesmatig (JA21 zelf was ten onrechte buitengesloten). De aanwezigheid van D66 is voor vrijwel iedereen het centrale bezwaar; Jetten geniet het diepste wantrouwen. Migratie en asiel zijn het emotioneel zwaarst geladen thema — men verwacht dat de asielinstroom onverminderd doorgaat terwijl de kosten worden neergelegd bij de werkende middenklasse en ouderen. Klimaatbeleid wordt als ‘waanzin’ afgedaan. Financieel worden bezuinigingen op zorg, WW en AOW breed verworpen, terwijl men tegelijkertijd eist dat er bezuinigd wordt op asielopvang en klimaat. Uniek in het onderzoek: een deel hoopt actief dat het kabinet zo weinig mogelijk realiseert, en beschouwt de minderheidspositie als een gelukkige beperking. Nieuwe verkiezingen worden breed verlangd.
Ga naar het JA21-rapport
PVV (17%)
PVV-kiezers combineren het diepste gevoel van democratische uitsluiting met de felste inhoudelijke afwijzing van het kabinetsbeleid. De PVV was de grootste partij — en zit toch in de oppositie. Dit wordt door de achterban breed ervaren als kiezersbedrog en als bewijs dat het democratische systeem niet meer naar behoren functioneert. Migratie en asiel zijn het meest emotioneel geladen thema: de overtuiging dat niets aan de instroom verandert is bijna universeel, en de toon is intenser dan bij alle andere partijgroepen. D66 en Jetten worden gepersonifieerd als de eigenlijke machthebbers van een kabinet dat in essentie Rutte V is — dezelfde structurele problemen, dezelfde bestuurscultuur. Sociale en financiële zorgen zijn breed: ouderen, middenklasse en chronisch zieken voelen zich dubbel geraakt. Het klimaat- en stikstofbeleid wordt als kostbare ideologie verworpen. De roep om nieuwe verkiezingen is luider en concreter dan bij enige andere groep. De minderheidspositie van het kabinet wordt niet als democratisch experiment gezien, maar als bewijs van inherente zwakte.
Ga naar het PVV-rapport
FVD (5%)
FVD-kiezers onderscheiden zich van alle andere groepen door een overkoepelend interpretatiekader dat het kabinet plaatst in een supranationale context. Het kabinet wordt niet primair beoordeeld op beleidsinhoud, maar gezien als uitvoerder van een agenda van het WEF, de EU en de NAVO — bewust ten koste van de Nederlandse soevereiniteit en bevolking. Begrippen als ‘Agenda 2030’, ‘globalistische agenda’ en ‘EU-vazallen’ zijn alomtegenwoordig. Klimaat- en stikstofbeleid wordt als een bewust gecreëerde ‘hoax’ beschouwd die economische afbraak dient. Steun aan Oekraïne en NAVO-uitgaven worden niet als defensieve noodzaak gezien, maar als onderdeel van een door de VS geleide oorlogseconomie. Migratie wordt sterker dan bij andere partijen gekoppeld aan bewuste demografische verandering. De box-3 plannen worden als confiscatie ervaren; men vreest een vlucht van vermogen en kenniswerkers. Meest verontrustend: een deel van de respondenten heeft het vertrouwen in het democratisch systeem zelf verloren — men spreekt over gefraudeerde verkiezingen en ziet heil eerder in internationale politieke verschuivingen dan in Nederlandse parlementaire oplossingen.
Slotbeschouwing: partijoverstijgende patronen
Over alle zeven partijgroepen heen tekenen zich een aantal opvallende patronen af. Ten eerste is de zorg over sociale rechtvaardigheid en lastenverdeling universeel — van D66 tot FVD klinkt de klacht dat de kwetsbare burger opdraait voor de kosten van kabinetsbeleid, zij het met uiteenlopende diagnoses over de oorzaak. Ten tweede is de VVD-dominantie paradox opvallend: elke partijgroep ervaart dat de VVD te veel of juist te weinig invloed heeft. Ten derde is defensie het enige breed gedragen dossier, al is de financiering ervan bij vrijwel alle groepen een twistpunt. Ten vierde loopt het sentiment langs een duidelijk spectrum van links naar rechts: D66-kiezers zijn het meest genuanceerd positief, CDA-kiezers pragmatisch nuchter, VVD-kiezers teleurgesteld, GroenLinks-PvdA-kiezers verontwaardigd, en JA21, PVV en FVD-kiezers zijn fundamenteel afwijzend — waarbij FVD als enige ook het systeem zelf ter discussie stelt. Het kabinet treedt aan met een brede legitimiteitskloof die de inhoudelijke uitdagingen ruimschoots overstijgt.
Ga naar het FVD-rapport
Verwachtingen van D66-kiezers
1. Verlangen naar rust, stabiliteit en daadkracht
Een van de meest terugkerende thema’s in de antwoorden is het verlangen naar rust en stabiliteit na een turbulente politieke periode. Veel D66-kiezers verwijzen expliciet naar de chaotische periode onder het vorige kabinet — met name naar de PVV-BBB-coalitie — en spreken hun hoop uit dat het nieuwe kabinet een normalisering van het politieke klimaat brengt. Zinnen als ‘eindelijk normaal’, ‘einde aan het gedonder’ en ‘rust terugbrengen’ komen veelvuldig terug. Tegelijk is er een sterk verlangen naar daadkracht: kiezers willen dat het kabinet keuzes durft te maken en niet alles blijft uitstellen. ‘Eindelijk knopen doorhakken’, ‘stoppen met praten en daden stellen’, en ‘doorpakken op de grote dossiers’ zijn veel gehoorde formuleringen. De kiezers zijn duidelijk: ze zijn de stagnatie moe en willen resultaten zien.
2. Prioritaire beleidsthema’s
D66-kiezers benoemen een brede waaier aan beleidsprioriteiten. De meest genoemde thema’s zijn — in volgorde van frequentie — stikstof, woningbouw, defensie, klimaat/milieu en onderwijs. Het stikstofprobleem wordt door verreweg de meeste respondenten aangemerkt als een langlopend, urgent dossier dat nu eindelijk opgelost moet worden. Ook de woningcrisis wordt breed gevoeld: respondenten hopen op concrete stappen in de bouw van nieuwe woningen, met name voor jongeren en mensen met lagere inkomens. Meer geld naar defensie wordt door velen als noodzakelijk én realistisch beschouwd — dit zal waarschijnlijk gerealiseerd worden, zo is de inschatting. Investeringen in onderwijs en klimaatbeleid worden ook frequent genoemd, waarbij kiezers hopen dat bezuinigingen op onderwijs teruggedraaid worden en dat klimaatambities overeind blijven. Minder dominant, maar zeker aanwezig, zijn thema’s als migratie/asiel, veiligheid, de energietransitie en netcongestie.
3. Het minderheidskabinet: kans én risico
Een opvallend deel van de D66-kiezers ziet het minderheidskabinet als een positief staatkundig experiment. Ze hopen dat het leidt tot een betere werking van de democratie: wisselende meerderheden per onderwerp, meer dialoog en minder voorgekookte akkoorden. ‘Consensus zoeken wordt het nieuwe normaal’, schrijft een respondent hoopvol. Tegelijk is dit precies ook de grootste bron van onzekerheid. Velen betwijfelen of de oppositie constructief genoeg zal zijn. ‘Als de oppositie uit landsbelang denkt, kan er veel’, stelt een kiezer, maar men vreest dat partijpolitiek en eigenbelang roet in het eten gooien. De kansen op realisatie van plannen worden door de meeste respondenten als matig tot redelijk beoordeeld — sterk afhankelijk van de medewerking van met name GroenLinks-PvdA en JA21.
4. Scepsis over de VVD-invloed
Een bijzonder opvallend thema onder D66-kiezers is de openlijke scepsis — en soms regelrechte vijandigheid — jegens de VVD als coalitiegenoot. Meerdere respondenten stellen dat het akkoord een sterk VVD-signatuur heeft, terwijl D66 toch de grootste partij is en de premier levert. Uitspraken als ‘dit is een VVD-kabinet’, ‘de VVD heeft zich de zaak toegeëigend’ en ‘ik hoop dat de VVD zich gedraagt’ zijn tekenend. Sommige kiezers betreuren dat GroenLinks-PvdA niet meedoet, wat zij toeschrijven aan de VVD. Er is ook bezorgdheid dat de VVD — met Financiën in handen — de vinger op de knip houdt en ambitieuze investeringen blokkeert. Deze interne spanning binnen de coalitie wordt door D66-kiezers als een serieus risico ervaren.
5. Sociale zorgen en eerlijke lastenverdeling
Een deel van de D66-kiezers maakt zich zorgen over de sociale component van het akkoord. Er is kritiek op de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid, en op het feit dat hogere inkomens en vermogens ontzien worden terwijl werkenden en mensen met lagere inkomens de rekening betalen. ‘Lasten worden oneerlijk verdeeld’ en ‘had socialer gemoeten’ zijn veelgehoorde geluiden. Hoewel D66-kiezers in het algemeen pragmatisch zijn over de noodzaak van hervormingen, willen ze dat de pijn eerlijk verdeeld wordt. Bezuinigingen op onderwijs worden specifiek bekritiseerd als onverstandig en contraproductief voor de lange termijn.
Conclusie D66-kiezers
D66-kiezers zijn over het algemeen voorzichtig optimistisch over het nieuwe minderheidskabinet, maar hun optimisme is sterk conditioneel. Ze zien de ambitie en de kwaliteit van de bewindslieden, en hopen dat het kabinet eindelijk de langlopende dossiers aanpakt die jarenlang zijn blijven liggen. Tegelijk zijn ze realistisch: de slagingskans hangt sterk af van de constructieve houding van de oppositie. De spanningen met de VVD en de zorgen over sociale rechtvaardigheid zijn voor een significant deel van de achterban een bron van twijfel. Als het kabinet erin slaagt om op stikstof, wonen, onderwijs en defensie concrete resultaten te boeken — met respect voor klimaat en sociale cohesie — dan zullen deze kiezers tevreden zijn. De lat ligt hoog, maar de wil om dit experiment te laten slagen is er duidelijk.
Ga naar de Samenvatting
Verwachtingen van CDA-kiezers
1. Rust, stabiliteit en normaal bestuur
Net als bij D66-kiezers is het verlangen naar rust en stabiliteit een dominant thema in de antwoorden van CDA-kiezers — maar het klinkt hier misschien nog nadrukkelijker. Veel respondenten verwijzen impliciet of expliciet naar de chaotische periode onder het vorige kabinet en spreken hun hoop uit dat het nieuwe kabinet een einde maakt aan politieke ruzies en onrust. Uitspraken als ‘normaal doen terugbrengen’, ‘rust en degelijkheid’, ‘stabiel en professioneel bestuur’ en ‘geen geschreeuw meer’ zijn veelgehoord. CDA-kiezers waarderen van oudsher bestuursverantwoordelijkheid en continuïteit, en dat patroon is duidelijk zichtbaar in deze reacties. Opvallend is ook de hoop op fatsoenlijk en integer bestuur — met bewondering voor de stijl van Bontebal, die als ‘beschaafd’ en ‘constructief’ wordt omschreven. Tegelijk klinkt bij sommigen de zorg dat beschaafdheid alleen niet genoeg is om resultaten te boeken tegenover een opdringerige VVD.
2. Prioritaire beleidsthema’s
De beleidsthema’s die CDA-kiezers het vaakst noemen overlappen deels met die van D66-kiezers, maar met een iets andere nadruk. Stikstof, woningbouw en defensie staan ook hier bovenaan. Het stikstofprobleem wordt als urgent en al te lang uitgesteld ervaren. Woningbouw wordt door velen genoemd als een concrete, dringende opgave. Investeringen in defensie — richting de NAVO-norm — worden door een duidelijke meerderheid realistisch en noodzakelijk geacht en zijn een van de thema’s waarop kiezers de meeste vertrouwen hebben dat het kabinet dit daadwerkelijk zal realiseren. Opvallend voor CDA-kiezers is de relatief sterke nadruk op asielbeleid en migratie als prioriteit, evenals veiligheid en meer blauw op straat. Ook de energietransitie, onderwijs en het versterken van de internationale positie van Nederland — met name binnen de EU en de NAVO — worden frequent genoemd. Dit sluit aan bij het traditioneel christendemocratische beeld van een sterk, verantwoordelijk Nederland in een sterk Europa.
3. Gematigd scepticisme over realisatie
Een opvallend kenmerk van de CDA-achterban in dit onderzoek is het pragmatische, soms ronduit sceptische realisme over wat het kabinet daadwerkelijk zal kunnen bereiken. Velen begrijpen en accepteren het principe van een minderheidskabinet, maar zien ook de kwetsbaarheid ervan. De zin ‘het valt of staat met de medewerking van de oppositie’ is in vele varianten terug te vinden. Sommige respondenten verwachten dat het kabinet weinig of niets zal realiseren vanwege de afhankelijkheid van wisselende meerderheden. Een kleiner deel is ronduit negatief en verwacht dat het kabinet niet de volle termijn zal uitzitten. De realistischer ingestelde meerderheid geeft het kabinet ‘het voordeel van de twijfel’ en wil het een eerlijke kans geven, maar heeft gematigde verwachtingen. Defensie-uitgaven worden het vaakst als haalbaar aangemerkt; bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid worden juist het meest sceptisch beoordeeld op haalbaarheid.
4. Sociale rechtvaardigheid en zorg over bezuinigingen
Een opvallend sterk thema onder CDA-kiezers is de zorg over de sociale rechtvaardigheid van de plannen. Meerdere respondenten stellen dat de lasten oneerlijk worden verdeeld: de lagere en middeninkomens betalen de rekening, terwijl hogere inkomens en grote vermogens worden ontzien. Kritiek op de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid klinkt breed. Specifiek worden de verhoging van het eigen risico in de zorg, de aanpassingen in de WW en de AOW-leeftijdsverhoging genoemd als maatregelen die de kwetsbare groepen onevenredig zwaar treffen. Dit is opvallend, want traditioneel is CDA een partij die de bescherming van kwetsbare groepen en het solidariteitsprincipe hoog in het vaandel heeft. Die zorg leeft duidelijk bij de achterban. Tegelijk is er begrip voor de noodzaak van ingrijpende keuzes — mits die eerlijk worden verdeeld.
5. Kritiek op VVD-dominantie en positie van CDA
Evenals bij D66-kiezers is er ook onder CDA-kiezers duidelijke onvrede over de dominantie van de VVD in het coalitieakkoord en het kabinet. Meerdere respondenten noemen het kabinet expliciet een ‘VVD-kabinet’, en enkelen zijn ronduit boos over de wijze waarop de VVD haar stempel drukt op het beleid — ten koste van de andere coalitiepartijen. Bontebal wordt door sommigen bewonderd om zijn beschaafde stijl, maar tegelijk wordt gevreesd dat juist die beschaafdheid hem kwetsbaar maakt tegenover de assertievere VVD-opstelling. Een enkeling vreest dat het CDA ‘vermalen en doodgezwegen’ zal worden in dit kabinet. Er is ook kritiek op de afwezigheid van GroenLinks-PvdA in de coalitie, die door sommige CDA-kiezers wordt geweten aan de VVD. Dit toont een interessante spanning: de CDA-achterban wil een stabiele, brede coalitie maar ziet de VVD als een remmende kracht.
Conclusie VVD-kiezers
CDA-kiezers benaderen het nieuwe minderheidskabinet met een combinatie van gematigd vertrouwen en realistisch pragmatisme. Ze waarderen de ambitie om langlopende dossiers — stikstof, woningbouw, defensie, asiel — eindelijk aan te pakken, en ze hopen op rust en fatsoenlijk bestuur na een turbulente periode. Tegelijk is de scepsis over de haalbaarheid groter dan bij D66-kiezers: men ziet de kwetsbaarheid van de minderheidspositie en vreest dat de oppositie niet constructief genoeg zal zijn. De nadrukkelijke zorg over sociale rechtvaardigheid en de kritiek op VVD-dominantie zijn opvallende signalen dat de CDA-achterban niet blind is voor de interne spanningen binnen de coalitie. Voor Bontebal en het CDA ligt er een duidelijke opdracht: zichtbaar opkomen voor de meer kwetsbare groepen in de samenleving, én de eigen politieke identiteit bewaken temidden van een kabinet dat in de ogen van veel kiezers te sterk door de VVD wordt gedomineerd.
Ga naar de Samenvatting
Verwachtingen van VVD-kiezers
1. Dominante stemming: scepticisme en wantrouwen
Het meest opvallende kenmerk van de VVD-achterban in dit onderzoek is het brede scepticisme over de haalbaarheid van de kabinetsdoelen. Een groot deel van de respondenten verwacht weinig tot niets van dit kabinet — en onderscheidt zich daarmee van D66- en CDA-kiezers, die overwegend voorzichtig optimistisch zijn. Uitspraken als ‘er komt niets van terecht’, ‘wordt niets’, ‘valt binnen een jaar’ en ‘weer veel beloven, weinig doen’ zijn talrijker dan in enige andere partijgroep. Dit scepticisme kent twee oorzaken. Ten eerste de minderheidspositie: velen zien het ontbreken van een parlementaire meerderheid als een structurele handicap die doortastend bestuur onmogelijk maakt. Ten tweede — en hier onderscheidt de VVD-achterban zich duidelijk — het diepe wantrouwen jegens D66 als coalitiegenoot. De combinatie van beide factoren leidt bij een flink deel van de respondenten tot de verwachting dat dit kabinet geen vier jaar zal overleven.
2. D66 als breekpunt: de coalitie als bron van frustratie
Geen enkel thema domineert de VVD-reacties zo sterk als de negatieve perceptie van D66. Terwijl D66- en CDA-kiezers de VVD bekritiseren als te dominant, is bij VVD-kiezers het omgekeerde gevoel wijdverbreid: men vreest dat D66 het kabinetsbeleid naar links zal trekken en de rechtse verkiezingsuitslag effectief om zeep helpt. ‘Nederland stemde rechts maar krijgt een links kabinet’, ‘Jetten is na de verkiezingen linksaf geslagen’ en ‘D66 is onbetrouwbaar’ zijn veelgehoorde klachten. Sommige respondenten geven expliciet aan strategisch op de VVD te hebben gestemd — juist om GroenLinks-PvdA klein te houden — en zijn teleurgesteld dat D66 nu de coalitie leidt. Er is forse kritiek op specifieke D66-ministers en op de wijze waarop de kandidaatstelling verlopen is. Een aantal respondenten betreurt het ontbreken van JA21 in de coalitie en had liever een meer uitgesproken rechtse combinatie gezien. Dit D66-sentiment is in de VVD-achterban uniek sterk: het is niet een randverschijnsel, maar een breed gevoelde bron van onvrede.
3. Prioritaire thema’s: migratie, defensie en koopkracht
De beleidsthema’s die VVD-kiezers het vaakst noemen wijken duidelijk af van die van D66- en CDA-kiezers. Migratie en asielbeleid staan met grote voorsprong bovenaan: het indammen van de asielinstroom is voor een groot deel van de VVD-achterban de absolute prioriteit, en tegelijk het punt waarop men de minste vertrouwen heeft dat het kabinet zal leveren. ‘Er komt niets aan asiel’, ‘de deuren staan wagenwijd open’ en ‘D66 blokkeert streng asielbeleid’ zijn representatieve geluiden. Investeringen in defensie worden, net als bij de andere partijgroepen, breed gedragen en als realistisch haalbaar beschouwd. Woningbouw en stikstof worden ook frequent genoemd, maar met meer scepsis over de uitkomst. Een sterk VVD-specifiek thema is de zorg over belastingverzwaring en de lastenverdeling: velen maken zich zorgen dat de werkende middenklasse de rekening betaalt voor defensie, klimaat en asielopvang, terwijl vermogenden en grote bedrijven worden ontzien. Economische stabiliteit en het vestigingsklimaat voor bedrijven zijn eveneens terugkerende aandachtspunten.
4. Sociale zekerheid: bezuinigingen die pijn doen bij de eigen achterban
Een opvallende interne spanning in de VVD-reacties is de verdeeldheid over de voorgenomen bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid. Terwijl een deel van de achterban deze hervormingen noodzakelijk acht en steunt, is een duidelijke minderheid kritisch — ook vanuit een typisch VVD-perspectief. Men vreest dat de bezuinigingen de middenklasse en ouderen onevenredig zwaar treffen, dat de verhoging van het eigen risico in de zorg te ver gaat, en dat de inkorting van de WW de verkeerde groep raakt. De AOW-leeftijdsverhoging is eveneens omstreden: meerdere respondenten — ook ouderen die zichzelf als VVD-stemmers identificeren — zijn expliciet tegen. Opvallend is ook de kritiek dat hoge inkomens en grote vermogens te weinig bijdragen, wat zelden een klassiek VVD-geluid is. Dit wijst erop dat het coalitieakkoord op sociaaleconomisch vlak de eigen kiezers niet eenduidig overtuigt.
5. Een minderheid van positieve geluiden
Ondanks het overwegend negatieve sentiment is er een herkenbare minderheid van VVD-kiezers die het kabinet positief tegemoet treedt. Zij waarderen de ambitie om eindelijk de grote dossiers aan te pakken, zien de kwaliteit van een deel van de bewindslieden, en zien in het minderheidskabinet juist een democratische kans: doordat elke maatregel draagvlak moet verwerven, worden besluiten beter gewogen. ‘Eindelijk orde in de chaos’, ‘goede plannen die nu uitgevoerd moeten worden’ en ‘geef ze een eerlijke kans’ zijn geluiden die ook klinken. Opvallend is dat ook binnen deze positieve groep de zorgen over D66 en de haalbaarheid van de migratieplannen frequent opduiken — het optimisme blijft daardoor veelal conditioneel.
Conclusie VVD-kiezers
De VVD-achterban is de meest verdeelde en de meest uitgesproken kritische kiezersgroep in dit onderzoek. Het overheersende gevoel is er een van teleurstelling en scepsis: men vindt het kabinet te links, vreest D66-invloed, gelooft niet in de haalbaarheid van een streng asielbeleid en twijfelt aan de overlevingskansen van een minderheidskabinet. Defensie is het enige dossier waarop de achterban breed positief is. De lastenverdeling en de bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid liggen intern gevoelig. Voor de VVD als partij stelt dit een serieuze uitdaging: de kiezer verwacht een herkenbaar rechts-liberaal profiel, maar ziet dat profiel in dit kabinet slechts gedeeltelijk terug. De komende maanden zullen moeten uitwijzen of het kabinet de eigen achterban weet te overtuigen — of dat de teleurstelling verder verdiept.
Ga naar de Samenvatting
Verwachtingen van GroenLinks-PvdA-kiezers
1. Het overheersende frame: ‘een VVD-kabinet’
Geen enkel thema domineert de antwoorden van GroenLinks-PvdA-kiezers zo sterk als de overtuiging dat dit in wezen een VVD-kabinet is, ondanks de aanwezigheid van D66 en CDA. De zin ‘rijken worden rijker, armen worden armer’ of varianten daarop keert tientallen keren terug — het is het meest herhaalde geluid in de gehele dataset. Kiezers zien het coalitieakkoord als een directe uitvoering van het VVD-verkiezingsprogramma, waarbij D66 en CDA zich naar hun mening hebben laten ‘inpakken’, ‘in de luren laten leggen’ of ‘ringeloren’ door Yesilgöz. De beeldspraak is soms fel: Jetten wordt een ‘ingepakt VVD-mannetje’ of iemand die ‘aan de ketting ligt bij Dilan’, en D66 krijgt het verwijt de linkse kiezers te hebben verraden door met de VVD in zee te gaan. Opmerkelijk is de specifieke persoonlijke kritiek op Dilan Yesilgöz, die door een flink aantal respondenten wordt afgeschilderd als de eigenlijke machthebber achter de schermen, met louter eigen ambitie als drijfveer.
2. Sociale rechtvaardigheid: de dominante inhoudelijke zorg
De inhoudelijke kritiek concentreert zich vrijwel uitsluitend op de sociaaleconomische dimensie van het akkoord. Bezuinigingen op zorg, sociale zekerheid, WW en WIA worden alom afgekeurd. De verhoging van het eigen risico in de zorg wordt als bijzonder asociaal ervaren, zeker voor chronisch zieken en mensen met lage inkomens. De inkorting van de WW-duur, de verhoging van de AOW-leeftijd en de zgn. ‘vrijheidsbijdrage’ worden gezien als directe aanvallen op de bestaanszekerheid van de middengroepen en kwetsbaren. Tegenover deze bezuinigingen staat de weigering om hoge vermogens, grote bedrijven en vermogenden zwaarder te belasten of de hypotheekrenteaftrek te hervormen — een punt dat keer op keer als diepste onrechtvaardigheid wordt benoemd. De conclusie van een grote meerderheid van de respondenten is helder: de sterkste schouders dragen niet de zwaarste lasten, maar ontspringen de dans. Dit contrasteert scherp met het zelfverklaarde doel van het kabinet om ‘werken te laten lonen’.
3. Klimaat, stikstof en milieu: hoop temidden van teleurstelling
In de anders overwegend negatieve stroom van reacties vormt het klimaat- en stikstofbeleid een gedeeltelijke uitzondering. Een deel van de GroenLinks-PvdA-kiezers erkent dat het kabinet — ondanks de VVD-signatuur — in elk geval plannen heeft om de stikstofcrisis aan te pakken en de woningbouw vlot te trekken. Dit wordt met enige voorzichtigheid als positief erkend. Ook de inzet op de energietransitie en het aanpakken van netcongestie wordt door sommigen als waardevol gezien. De kritiek is echter dat de klimaatambities te laag zijn, dat de stikstofaanpak niet ver genoeg gaat en dat de financiering van verduurzaming onevenredig bij burgers en niet bij het bedrijfsleven wordt gelegd. Een minderheid hoopt dat via de oppositierol van GroenLinks-PvdA in de Tweede en Eerste Kamer het groene en sociale gehalte van het beleid alsnog kan worden versterkt.
4. De minderheidspositie: eerder zwakte dan kans
Terwijl D66-kiezers het minderheidskabinet relatief positief beoordelen als democratisch experiment, overheerst bij GroenLinks-PvdA-kiezers de overtuiging dat een minderheidspositie juist leidt tot zwakheid en chaos. Men verwacht dat de coalitie voor elk voorstel moeizame onderhandelingen moet voeren, waardoor de plannen worden uitgehold of helemaal niet worden gerealiseerd. Tegelijkertijd heerst er enige mate van strategische tevredenheid: juist omdat het kabinet geen meerderheid heeft, heeft de oppositie — en daarmee GroenLinks-PvdA — grote invloed op wat er daadwerkelijk wordt doorgevoerd. Meerdere respondenten spreken hun hoop uit dat Jesse Klaver en de GroenLinks-PvdA-fractie stevig tegenwicht zullen bieden en de meest sociale en de meest linkse plannen zullen tegenhouden. De oppositierol wordt daarmee door de achterban als cruciaal en verantwoordelijk ervaren.
5. Defensie: de enige brede concessie aan het kabinet
Opvallend genoeg is ook onder GroenLinks-PvdA-kiezers een zekere acceptatie te vinden voor de verhoging van de defensie-uitgaven — zij het nooit zonder voorbehoud. Een deel van de respondenten erkent dat investeringen in defensie in de huidige geopolitieke context noodzakelijk zijn, maar stelt nadrukkelijk dat de financiering niet ten koste mag gaan van zorg, sociale zekerheid en kwetsbare groepen. ‘Investeer in defensie als het moet, maar haal het geld bij de rijken en bedrijven’ is een veelgehoord geluid. Wie defensie onvoorwaardelijk steunt is zeldzaam in deze groep; de acceptatie is vrijwel altijd conditioneel aan een eerlijker lastenverdeling elders.
Conclusie GroenLinks-PvdA-kiezers
GroenLinks-PvdA-kiezers zijn verreweg de meest kritische en meest ideologisch eensgezinde groep in dit onderzoek. Het overheersende gevoel is er een van teleurstelling, wantrouwen en politieke verontwaardiging: men vindt dat D66 en CDA zich door de VVD hebben laten overrompelen, dat het akkoord de verkeerde mensen treft en dat de kansen op echte sociale en groene vooruitgang zijn verkwanseld. De toon is soms fel, soms verdrietig, maar vrijwel nooit positief over de coalitie als geheel. Tegelijkertijd zijn respondenten alert op de strategische mogelijkheden die de minderheidspositie biedt: met een actieve oppositie kan GroenLinks-PvdA de ergste plannen tegenhouden en betere alternatieven afdwingen. De achterban rekent erop dat de fractie die rol met overtuiging zal spelen — en zal afrekenen als dat niet het geval is.
Ga naar de Samenvatting
Verwachtingen van JA21-kiezers
1. Fundamentele afwijzing: ‘niet rechts genoeg’
Het overheersende gevoel onder JA21-kiezers is dat dit kabinet een fundamentele verraad is aan de verkiezingsuitslag. Men stelt dat Nederland rechts heeft gestemd en een links of op zijn best centrumlinks kabinet heeft gekregen. ‘Links kabinet terwijl Nederland rechts heeft gestemd’, ‘Rutte 5’, ‘voortzetting van het Rutte-beleid’ en ‘kiezersbedrog’ zijn formuleringen die tientallen keren terugkeren. JA21-kiezers zijn er van overtuigd dat D66 de coalitie naar links heeft getrokken en dat de VVD en het CDA zich hebben laten inpakken. De aanwezigheid van D66 is voor een grote meerderheid van de respondenten de kern van het probleem: het wantrouwen jegens deze partij is bijna universeel. Jetten als premier wekt bij velen actief wantrouwen of zelfs minachting. Meerdere respondenten betreuren expliciet dat JA21 zelf niet aan tafel zat bij de formatie — een coalitie met JA21 in plaats van D66 had voor hen de voorkeur gehad.
2. Migratie en asiel: het absolute breekpunt
Geen enkel thema wordt zo obsessioneel en breed gedeeld als de overtuiging dat dit kabinet niets zal doen aan de migratie- en asielproblematiek. Dit is het meest genoemde beleidsthema in de JA21-dataset, en vrijwel altijd negatief geformuleerd: men verwacht niet dat de asielinstroom teruggedrongen wordt, men vreest dat de kosten van asielopvang blijven stijgen ten koste van de eigen bevolking, en men verwijt de coalitie willens en wetens de wil van de kiezer te negeren. Uitspraken als ‘de grenzen blijven wagenwijd open’, ‘er wordt niets aan migratie gedaan’, en ‘de gewone Nederlander betaalt voor asielzoekers’ zijn representatief voor het brede sentiment. Opvallend is de intensiteit van dit gevoel: voor een significant deel van de JA21-achterban is migratie niet slechts een beleidsprioriteit maar een existentiële kwestie — sommige reacties gebruiken termen als ‘omvolking’ en beschrijven de situatie in termen van nationale ondergang. Dit maakt migratie tot het meest emotioneel geladen thema in de gehele studie.
3. Klimaat- en stikstofbeleid: afgewezen als ‘waanzin’
Het tweede grote inhoudelijke breekpunt is het klimaat- en stikstofbeleid. JA21-kiezers beschouwen de klimaatambities van het kabinet als ideologisch gedreven, kostbaar en nutteloos — zeker zolang grote vervuilers elders in de wereld niet meedoen. Termen als ‘klimaatwaanzin’, ‘groene onzin’, ‘stikstofwaanzin’ en ‘klimaathysterie’ zijn veelvuldig aanwezig. De miljarden die naar klimaat en stikstof gaan worden als verspilling gezien, terwijl de rekening bij de gewone burger belandt. De aanpak van de boerenproblematiek via het beperken van de veestapel wordt specifiek bekritiseerd als onrechtvaardig en onnodig. Opvallend is dat kernenergie door meerdere respondenten als het voor de hand liggende alternatief wordt aangedragen dat door het kabinet wordt genegeerd. Het bredere beeld is dat JA21-kiezers het klimaat- en milieubeleid zien als een D66-hobby die ten koste gaat van de welvaart en vrijheid van de gewone Nederlander.
4. Sociale en financiële zorgen: de middenklasse als slachtoffer
Naast de ideologische bezwaren klinkt breed de zorg over de financiële gevolgen van het kabinetsbeleid voor de middenklasse, ouderen en werkenden. De voorgenomen verhogingen van het eigen risico in de zorg, de inkorting van de WW-duur, de verhoging van de AOW-leeftijd en de box-3 belastingplannen worden stuk voor stuk sterk afgekeurd. De centrale klacht is dat de rekening bij de hardwerkende middenklasse en bij ouderen wordt neergelegd, terwijl vermogenden worden ontzien en asielopvang en klimaatbeleid miljarden opslokt. ‘De kleine man betaalt, de rijken gaan vrijuit’ en ‘ouderen zijn de klos’ zijn terugkerende formuleringen. Opvallend is dat JA21-kiezers hierin vrijwel identiek klinken als GroenLinks-PvdA-kiezers — de conclusie is dezelfde, maar de oorzaak wordt door JA21-kiezers primair gelegd bij klimaat- en migratieuitgaven, terwijl GroenLinks-PvdA-kiezers de vermogende klasse aanwijst.
5. Verwachte realisatie: vrijwel nul, en dat is voor velen welkom nieuws
Uniek in vergelijking met alle andere partijgroepen is dat een deel van de JA21-kiezers de zwakheid van het minderheidskabinet niet als een nadeel ziet, maar als een beschermingsmechanisme. Omdat men de kabinetsplannen fundamenteel afwijst, hoopt men dat het kabinet zo weinig mogelijk kan realiseren. ‘Gelukkig hebben ze geen meerderheid’, ‘hopelijk wordt alles tegengehouden’ en ‘ik hoop dat dit kabinet snel valt’ zijn geluiden die in geen enkele andere partijgroep in deze mate voorkomen. Een flink deel van de respondenten spreekt de hoop uit op nieuwe verkiezingen binnen een jaar, waarbij men rekent op verdere groei van recht-conservatieve partijen. De minderheidspositie wordt dus niet gezien als een kans voor democratische samenwerking, maar als een gelukkige beperking op een kabinet dat men liever morgen dan overmorgen ziet vertrekken.
Conclusie JA-21 kiezers
JA21-kiezers vormen de meest homogeen negatieve en de meest ideologisch uitgesproken groep in dit onderzoek. De afwijzing van het kabinet is breed, intens en veelzijdig: men verwerpt het op ideologische gronden (te links, te veel D66-invloed), op inhoudelijke gronden (geen streng migratiebeleid, klimaatwaanzin) en op procesgronden (kiezersbedrog, JA21 buitengesloten). De verwachting dat het kabinet weinig of niets zal realiseren wordt niet met zorg maar met een zekere opluchting ontvangen. Defensie is het enige dossier dat ook door JA21-kiezers in meerderheid als zinvol en noodzakelijk wordt erkend. Het bredere beeld is dat de JA21-achterban zich diep vervreemd voelt van het politieke establishment, en dat dit kabinet die vervreemding eerder verdiept dan verkleint. De roep om nieuwe verkiezingen en de hoop op een uitgesproken rechts alternatief zijn het meest pregnante politieke signaal dat uit deze dataset opklinkt.
Ga naar de Samenvatting
Verwachtingen van PVV-kiezers
1. De fundamentele klacht: democratische uitsluiting
Het meest onderscheidende kenmerk van de PVV-achterban ten opzichte van alle andere partijgroepen is de beleving van democratische uitsluiting. Terwijl JA21-kiezers ook ontevreden zijn over het kabinet, missen zij niet het gevoel dat hun partij als winnaar werd genegeerd. PVV-kiezers voelen dat fundamenteel anders: de PVV was de grootste partij, en toch is zij buiten de coalitie gehouden. Formuleringen als ‘rechts gestemd en links gekregen’, ‘kiezersbedrog’, ‘cordon sanitaire’, ‘niet democratisch’ en ‘de vijf winnaars hadden allemaal aan tafel gemoeten’ keren tientallen keren terug. Een deel van de respondenten trekt expliciet de conclusie dat het democratische stelsel niet meer werkt als de winnaar van de verkiezingen structureel wordt uitgesloten. Dit gevoel van politieke uitsluiting overstijgt de inhoudelijke kritiek en kleurt elk oordeel over het kabinet: men is niet slechts teleurgesteld over het beleid, men voelt zich als kiezer fundamenteel niet vertegenwoordigd.
2. Migratie en asiel: het allesoverheersende breekpunt
Evenals bij JA21-kiezers staat migratie en asiel met grote voorsprong bovenaan de agenda, maar bij PVV-kiezers is de intensiteit en het volume van dit thema nog hoger. De overtuiging dat dit kabinet de asielinstroom niet zal beperken — sterker nog, zal voortzetten of zelfs vergroten — is bijna universeel. Men verwijt het kabinet te kiezen voor ‘gelukzoekers’, ‘nareizigers’ en ‘immigranten’ boven de ‘eigen bevolking’, de Nederlandse ouderen en de middenklasse. De kosten van asielopvang worden als buitensporig en onrechtvaardig ervaren, temeer omdat tegelijkertijd bezuinigd wordt op zorg en sociale zekerheid. Formuleringen die in de JA21-dataset soms aanwezig waren, zijn bij PVV-kiezers dominanter en talrijker aanwezig: ‘omvolking’, ‘islamisering’, ‘asielcriminelen’ en vergelijkbare aanduidingen komen veelvuldig voor. Dit is het dossier waarop het kabinet bij PVV-kiezers het diepste wantrouwen ontmoet, en waarop verreweg de sterkste emotionele reacties worden gegeven.
3. D66 en Jetten: het personifieerde kwade
In de PVV-dataset neemt de afkeer van D66 en van premier Jetten een nog centralere plaats in dan bij JA21-kiezers. Jetten wordt herhaaldelijk aangeduid als onbetrouwbaar, een leugenaar, een ‘marionet van het WEF’ of een politicus die louter eigen belang dient. De vergelijking met Rutte — als archetype van de glibberige, zichzelf herhalende systeempoliticus — is in dit corpus het meest voorkomende politieke beeld. D66 wordt breed beschouwd als de eigenlijke regisseur van een kabinet dat, ondanks de aanwezigheid van VVD en CDA, in essentie de D66-agenda uitvoert: klimaat, stikstof, open grenzen en Europese integratie. De aanwezigheid van D66 in de coalitie is voor een groot deel van de PVV-achterban de bewijslast dat het ‘establishment’ de uitslag van de verkiezingen opzettelijk heeft omgebogen. Waar bij GroenLinks-PvdA de VVD de schurk is, en bij VVD en CDA D66 een lastige coalitiegenoot, is D66 bij PVV-kiezers synoniem voor politieke misleiding en ideologische dwang.
4. Sociale en financiele zorgen: ouderen en de middenklasse als slachtoffer
Naast de ideologische en politieke grieven is er in de PVV-dataset ook een breed en consistent geluid van financiele en sociale zorg. De plannen rondom de verhoging van het eigen risico in de zorg, de verkorting van de WW-duur, de verhoging van de AOW-leeftijd en de box-3 belastingplannen worden stuk voor stuk als oneerlijk en asociaal beschouwd. Ouderen — een grote groep onder PVV-kiezers — zijn bijzonder uitgesproken: men voelt dat een generatie die Nederland heeft opgebouwd nu financieel wordt uitgeknepen terwijl asielopvang, klimaat en defensie miljarden verslinden. De verontwaardiging over de combinatie van ‘loonsverhoging voor politici, bezuiniging op burgers’ keert talloze keren terug en wordt als de diepste morele hypocrisie van het kabinet ervaren. De formulering dat de rijken rijker worden en de armen armer — ook sterk aanwezig bij GroenLinks-PvdA-kiezers — klinkt hier even luid, maar wordt veroorzaakt door een andere diagnose: niet de VVD, maar het klimaat- en migratiebeleid zijn de oorzaak van de onevenredige lastenverdeling.
5. Klimaat en stikstof: kostbare ideologie
Het klimaat- en stikstofbeleid wordt door PVV-kiezers nog vaker en fel afgewezen dan bij JA21. Termen als ‘klimaatwaanzin’, ‘klimaathysterie’, ‘stikstofhoax’ en ‘groene gekte’ zijn alomtegenwoordig. Men beschouwt het klimaatbeleid als een ideologische hobby van D66 die miljarden kost zonder enig meetbaar resultaat, en die ten koste gaat van boeren, vissers, industrie en de koopkracht van gewone burgers. De internationale dimensie — ‘als de rest van de wereld niet meedoet, heeft Nederland dit klimaatbeleid voor niets’ — wordt door meerdere respondenten als doorslaggevend argument aangevoerd. Kernenergie wordt, net als bij JA21, als het voor de hand liggende alternatief genoemd dat opzettelijk wordt genegeerd. De aanpak van de boerenproblematiek via vermindering van de veestapel wordt breed veroordeeld als aanval op de voedselzekerheid en de Nederlandse agrarische identiteit.
6. De val van het kabinet als vurige wens
Nog pregnanter dan bij JA21-kiezers spreekt een zeer groot deel van de PVV-respondenten de hoop uit dat dit kabinet zo snel mogelijk valt. Concrete tijdsschattingen — ‘voor de kerst’, ‘binnen drie maanden’, ‘dit jaar nog nieuwe verkiezingen’ — zijn talrijker dan in enige andere partijgroep. De logica is helder: hoe sneller het kabinet valt, hoe eerder er opnieuw verkiezingen zijn, en hoe groter de kans dat de PVV — als grootste partij — ditmaal wel mag regeren. Een deel van de respondenten drukt dit strategisch uit; een ander deel klinkt oprecht gespannen of boos en wil simpelweg verlost worden van een kabinet dat zij als schadelijk voor Nederland beschouwen. De minderheidspositie wordt niet gezien als democratisch experiment, maar als bewijs van de intrinsieke zwakte van het kabinet. De oppositierol van de PVV wordt als de enige legitieme politieke positie beschouwd in het huidige landschap.
Conclusie PVV-kiezers
PVV-kiezers vormen de omvangrijkste en emotioneel meest geengageerde groep in dit onderzoek. Zij combineren een diep gevoel van democratische uitsluiting met felle inhoudelijke kritiek op migratie-, klimaat- en begrotingsbeleid, en met breed ongenoegen over de financiele gevolgen van het kabinetsbeleid voor ouderen en de middenklasse. De afkeer van D66 en Jetten is bijna universeel en diepgaander dan bij welke andere partijgroep ook. Uniek is dat het wantrouwen niet alleen inhoudelijk is — men gelooft niet in de plannen — maar ook politiek-constitutioneel: men acht het kabinet onwettig in de zin dat het de verkiezingsuitslag negeert. De roep om nieuwe verkiezingen en de hoop op een snelle val van het kabinet zijn bij PVV-kiezers het sterkst en het breedst vertegenwoordigd van alle onderzochte groepen. Defensie is — evenals bij andere rechtse partijgroepen — een van de weinige dossiers die relatief weinig weerstand oproepen, zij het dat de financiering ervan ten koste van sociale voorzieningen scherp wordt verworpen.
Ga naar de Samenvatting
Verwachtingen van FVD-kiezers
1. De supranationale lens: WEF, EU en ‘Agenda 2030’
Het meest onderscheidende kenmerk van de FVD-achterban ten opzichte van alle andere partijgroepen — inclusief PVV en JA21 — is de interpretatie van het kabinet als uitvoerder van een internationale agenda die buiten de democratische controle van het Nederlandse volk valt. Waar PVV-kiezers primair spreken over democratische uitsluiting en migratie, en JA21-kiezers over ideologische mismatch, zien FVD-kiezers een diepere structurele verklaring: het kabinet is bewust geformeerd om doelen van het WEF, de EU en de VN door te voeren, ongeacht de verkiezingsuitslag. Formuleringen als ‘ze voeren de opdrachten van Brussel en het WEF uit’, ‘versneld doorpushen van de plannen van het WEF’, ‘Agenda 2030 uitrollen’, ‘globalistische agenda’ en ‘poppetjes die doen wat ze opgedragen krijgen’ zijn in tientallen varianten aanwezig. Een aanzienlijk deel van de respondenten trekt de conclusie dat de Nederlandse democratie fundamenteel gecompromitteerd is, en dat dit kabinet slechts de meest recente schakel is in een decennialange trend van uitholling van nationale soevereiniteit. Dit geeft de FVD-reacties een dusdanig ander interpretatiekader dan alle andere partijgroepen dat zij als een aparte categorie beschouwd kunnen worden.
2. Klimaat en stikstof: ‘hoax’ en bewuste afbraak
Evenals bij PVV- en JA21-kiezers wordt het klimaat- en stikstofbeleid door FVD-kiezers breed afgewezen, maar de framing is scherper en ideologisch zwaarder geladen. Waar JA21-kiezers spreken van ‘klimaatwaanzin’ en ‘stikstofproblematiek die niet bestaat’, gebruiken FVD-kiezers consistent de term ‘hoax’: ‘klimaathoax’, ‘stikstofhoax’, ‘CO2-waanzin’. Het klimaatbeleid wordt niet slechts als duur of ineffectief gezien, maar als een bewust geconstrueerd instrument om de nationale economie te ontmantelen, boeren van hun grond te verdrijven, industrie en visserij te vernietigen en de bevolking afhankelijker te maken van de overheid en supranationale organisaties. De windmolens op de Noordzee, de energietransitie, de stikstofnormen en het uitkopen van boeren worden als onderdelen van dezelfde agenda gezien. Kernenergie — het alternatief dat door vrijwel alle rechtse partijgroepen wordt bepleit — wordt ook door FVD-kiezers frequent aangedragen, maar hier vaker met de expliciete toevoeging dat het opzettelijk wordt tegengehouden.
3. Oorlog, NAVO en Oekraïne: uniek prominent thema
Een thema dat in de FVD-dataset significant prominenter aanwezig is dan in alle andere partijgroepen is de kritiek op het defensiebeleid en op de steun aan Oekraïne. FVD-kiezers verzetten zich niet alleen tegen de kosten van defensie-uitbreiding — een bezwaar dat ook bij PVV- en JA21-kiezers voorkomt — maar beschouwen de nadruk op militaire versterking en steun aan Oekraïne als onderdeel van een ‘oorlogshitsende’ agenda die bewust door NAVO en de VS wordt aangestuurd. Formuleringen als ‘geld naar de oorlogsmachine van de USA’, ‘geen diplomatieke oplossing maar alleen maar wapens’, ‘Nederland in een oorlog met Rusland gesleurd’ en ‘belastingen gebruiken om de oorlogsindustrie te spekken’ zijn in geen enkele andere dataset zo aanwezig. De vrijheidsbijdrage — de extra belastingheffing voor defensie — wordt in dit licht niet slechts als financieel onrechtvaardig gezien, maar als een directe machtsgreeep van een buitenlandse agenda op de Nederlandse burger. Dit maakt de FVD-achterban uniek in hun brede afwijzing van zowel klimaat- als defensie-uitgaven als twee zijden van dezelfde supranationale munt.
4. Migratie, asiel en nationale identiteit
Net als bij PVV- en JA21-kiezers is migratie en asiel een centraal thema, met de breed gedeelde overtuiging dat het kabinet de instroom niet zal beperken en de kosten van asielopvang zullen blijven stijgen ten koste van de eigen bevolking. Specifiek voor FVD-kiezers is echter de frequentere koppeling van migratie aan een bredere beschavingspolitieke zorg: islamisering, ‘omvolking’ en het verlies van de Nederlandse culturele identiteit worden in samenhang benoemd als doelstelling van de globalistische agenda. Meerdere respondenten spreken over een bewuste strategie om de autochtone bevolking te vervangen of te marginaliseren. Deze framing — migratie als instrument van bewuste demografische verandering — is bij FVD beduidend sterker aanwezig dan bij PVV en JA21, waar migratie primair als een beleids- en kostenvraagstuk wordt gepresenteerd.
5. Financieel onrecht en de uitholling van de middenklasse
Evenals bij vrijwel alle andere rechtse partijgroepen klinkt ook bij FVD-kiezers breed de zorg over de financiële gevolgen van het kabinetsbeleid voor de middenklasse, ouderen en ondernemers. De box-3 belastingplannen — belasting op niet-gerealiseerd vermogen — worden als bijzonder onrechtvaardig en zelfs als confiscatie beschouwd. De WW-inkorting, de verhoging van het eigen risico en de stijging van de AOW-leeftijd worden breed veroordeeld. Opvallend specifiek voor FVD is de zorg over de vlucht van vermogenden en bedrijven uit Nederland als gevolg van het belastingklimaat: ‘de rijken en kenniswerkers verlaten het land, en wat overblijft is armoede’. Deze analyse — dat slecht beleid niet slechts burgers schaadt maar ook de belastingbasis ondermijnt en een neerwaartse spiraal creëert — is scherper geformuleerd dan bij andere partijgroepen en past in het bredere FVD-frame van bewuste economische afbraak.
6. Systeemkritiek en verwacht verzet
Uniek in de FVD-dataset is de frequentie waarmee respondenten niet alleen de val van het kabinet wensen, maar ook breder systeemkritiek uiten op het democratisch bestel zelf. Meerdere respondenten stellen dat verkiezingen gefraudeerd worden, dat de media een propagandamachine is, dat politici marionetten zijn van het WEF en dat het democratisch systeem structureel is ondermijnd. Een kleiner maar opmerkelijk deel spreekt over de mogelijkheid van ‘opstand’, ‘burgeronrust’ of zelfs een ‘coup’ als het beleid niet verandert. Dit is in geen enkele andere partijgroep in vergelijkbare mate aanwezig. Tegelijkertijd spreken sommige respondenten juist vertrouwen uit in een verandering ‘met een sneltreinvaart’ nu internationaal het tij keert — een verwijzing naar ontwikkelingen in de VS onder Trump en de discussie over de Epstein-files. Dit duidt op een politieke identiteit die voor haar hoop niet primair kijkt naar de Nederlandse parlementaire democratie, maar naar bredere internationale verschuivingen in de geopolitieke orde.
Conclusie FVD-kiezers
FVD-kiezers onderscheiden zich van alle andere onderzochte partijgroepen door een coherent alternatief wereldbeeld waarin het nieuwe kabinet niet primair wordt beoordeeld op beleidsinhoud, maar als onderdeel van een supranationale machtsstructuur die de Nederlandse soevereiniteit en identiteit systematisch ondermijnt. Dit interpretatiekader — het WEF/EU/NAVO-frame — kleurt elk oordeel over migratie, klimaat, defensie en financiën. De afwijzing van het kabinet is daarmee niet slechts politiek of inhoudelijk, maar existentieel: men gelooft niet in de goede trouw van het bestuur zelf. Vergeleken met PVV-kiezers, die een vergelijkbare felheid tonen maar primair vanuit democratisch ongenoegen redeneren, is de FVD-achterban ideologisch consistenter en systemischer in haar kritiek. De roep om nieuwe verkiezingen is breed, maar een significant deel van de respondenten heeft het vertrouwen in het electorale systeem als zodanig opgegeven — een uniek en politiek verontrustend signaal in de dataset.
Ga naar de Samenvatting



