De grootste verandering sinds de corona periode is dat de media ervoor heeft gezorgd dat een gesprek bijna onmogelijk is geworden.
Lees volledig artikel: Hoe het tafelgesprek onmogelijk werd gemaakt
Mijn grote schok
Vriendengroepen ontstaan meestal vanuit een gedeelde basis, zoals de buurt, school of sportclub. Vooral tijdens de puberteit verandert die dynamiek: jongeren ontwikkelen een eigen identiteit en specifieke interesses. Hierdoor ontstaan er hechtere subgroepjes gebaseerd op gedeelde waarden en denkwijzen in plaats van alleen maar dezelfde omgeving.
Ik ben iemand die bij uiteenlopende groepen aansluiting kan vinden maar zich niet met een enkele groep kan identificeren. Dat heeft waarschijnlijk te maken met mijn nieuwsgierigheid en zoektocht naar de waarheid, als die al bestaat. Wie ben ik en hoe steken dingen in elkaar. Niet alleen praktisch – hoe een huis gebouwd wordt, hoe bekabeling loopt of hoe een versterker functioneert – maar ook hoe de menselijke psyche werkt, hoe ontstaat een zelfbeeld, een gedachtengoed en waarom identificeert iemand zich met een bepaalde groep terwijl dat voor een ander volkomen onlogisch lijkt?
Na mijn puberteit besloot ik selectiever te worden in wat ik volgde in het nieuws. Het constante bombardement van media en politiek had een negatieve invloed op mijn leven. Dus ik richtte mezelf meer op zaken in mijn directe omgeving: mensen, natuur en dingen waar mijn interesses naar uitgingen. Een soort micro-levensinstelling waar ik heel tevreden mee was. Totdat ik zo’n zes jaar geleden werd geforceerd om mijn hele levensvisie te herzien.
Begin 2020 kregen we volgend de media en de WHO te maken met een virus dat ernstiger was dan de Spaanse griep. En plots werd iedereen onderdeel van een enorme maatschappelijke discussie. Ik wilde graag bijdragen om dit “samen” op te lossen met zo min mogelijk hinder voor de maatschappij dus ging ik mij verdiepen in de overdracht van luchtweginfecties.
Al snel belandde ik op maurice.nl, waar de conclusies van Maurice perfect aansloten bij die van mij en zo kwam ik terecht in een debat over aerosolen en druppelbesmetting. De discussie werd steeds feller en even leek het erop dat de Nederlandse wetenschap meeging in het idee dat virussen zich vooral via aerosolen verplaatsen. Totdat Prof. Andreas Voss van het OMT bij Op1 de discussie met Maurice aan ging en zei dat de basisoverdracht grote druppels waren en dat er verder ook geen onderzoek naar zou worden gedaan want dit zou niet geaccepteerd worden. Een zeer onwetenschappelijke benadering en na dit optreden werd Maurice zelden of nooit meer in de media uitgenodigd. Op de website ging de discussie vurig voort en hadden we dagelijks wel 200 duizend bezoekers. In de reguliere media werd Maurice vooral zwart gemaakt om zijn ‘belachelijke’ ideeën en als een gevaar voor de maatschappij neergezet.
Discussie werd gesmoord door consensus. Twijfel werd verdacht. Niet omdat iemand iets verkeerds zei, maar omdat hij überhaupt iets anders zei. Dit was iets totaal nieuws voor mij. Het idee van “Samen” was weg. Discussies zoals ik gewend was te hebben waren opeens niet meer mogelijk.
Het gesprek verdween. In de media spraken “experts”, journalisten en BN’ers met één stem. In persoonlijke gesprekken werd nuance ongemakkelijk. De anderhalve meter regel creëerde angst voor de medemens. Vrienden konden boos worden als je simpelweg een andere interpretatie van onderzoeken had. Waar discussie normaal gesproken een onderdeel van wetenschap is, leek de ruimte daarvoor ineens kleiner te worden.
Er ontstond iets als wat je zou kunnen omschrijven als massa hypnose. Als je niet bij de groep behoorde was je een gevaar voor de groep. Dit werd nog gevoed toen onze eigen minister van Volksgezondheid de “gevaarlijke groep” neerzette als “Wappies”. Een zeer polariserende negatieve term, maar als ik dan bij een groep zou moeten behoren, dan maar een Wappie. Dit had helemaal niks meer met waarheidsvinding te maken, het was een totalitaire interventie.
Voor mij voelde dit zeer beangstigend. Ik werd vies aangekeken door vrienden en familie omdat mijn zeer onderbouwde wetenschappelijke standpunten die bedoeld waren om mensen te beschermen in hun ogen juist een bedreiging vormden.
Maar nu nog meer
Tegenwoordig spelen er andere thema’s: We hebben een Stikstofcrisis, een Midden-Oostencrisis, een Klimaatcrisis, een Energiecrisis, Oekraïne. De meeste mensen hebben niet de tijd en de energie om zich in deze thema’s te verdiepen zoals ik bij covid-19 wel heb gedaan. Die lezen de krant, kijken het nieuws, luisteren naar de radio en geloven wat hen verteld wordt. Ze geloven dan dat ze van “verschillende bronnen” gebruik maken om tot hun mening te komen. De media spreken echter in de meeste gevallen nog steeds met één mond.
Bij hedendaagse crisissen zie ik vergelijkbare patronen als bij de corona. Er is geen sprake meer van een open wetenschappelijk debat. Complexe vraagstukken worden teruggebracht tot simpele tegenstellingen: goed of fout. Stikstof is slecht, windmolens zijn goed, het houden van dieren is slecht, vegetarisch is goed, om er maar een paar te noemen. Er lijkt geen nuance te mogen worden gemaakt tussen megastallen of een biologisch dynamisch boertje met 10 koeien en 5 schapen. Het gesprek zelf komt onder druk te staan en het wordt steeds lastiger om die mening rustig met elkaar te onderzoeken. Het label dat iemand krijgt, lijkt belangrijker dan de argumenten die hij maakt. Weer een onderwerp om te vermijden aan de eettafel, het gesprek dooft langzaam uit.
Het meest gevaarlijke aan deze extreme polarisatie is dat er een soort van superioriteit is ontstaan bij de mensen die het dominante verhaal volgen. Men wordt voorgehouden dat dit het goede is om te doen en daardoor voelt men zich moreel aan de juiste kant staan.
De jaren 2020–2021 tonen op ongekende schaal hoe overheidscommunicatie evolueerde tot gedragssturing. Ruim meer dan een miljard euro, bijna het tienvoudige van eerdere jaren, werd besteed aan publieksbeïnvloeding, psychologisch onderzoek en narratief onderhoud. De communicatie‑machine mat, modelleerde en moduleerde publieke perceptie.
Wat naar buiten toe leek op “luisteren naar de bevolking” was in werkelijkheid het construeren van draagvlak. De mediacratie als motor van massavorming – Corona columns, opinie en wetenschap
En deze gedragssturing is niet afgenomen. Twijfel je aan het dominante verhaal dan word je al snel gezien als onderdeel van een probleem. Een “Wappie”, een complotdenker of een ontkenner – de woorden wisselen, het mechanisme blijft hetzelfde. Zo ontstaat er geen debat meer, maar een systeem van sociale controle.
De media hebben een enorme macht die ons laat geloven in een democratische illusie. Een comfortabele illusie waar men zich door alle onzekerheden graag aan vastgrijpt. Het biedt houvast en is een stuk makkelijker dan het in twijfel trekken van de gepropageerde stellingen.
En ondertussen blijven we onszelf voorhouden dat alles nog steeds een open democratische discussie is. Alsof media de macht controleren en politiek de wil van de bevolking weerspiegelt. Maar als een samenleving het gesprek niet meer kan voeren, verwordt democratie langzaam tot een ritueel. Verkiezingen blijven bestaan, meningen mogen nog worden uitgesproken, maar de grenzen van het debat zijn op voorhand bepaald.
Misschien is de grootste verandering van de afgelopen jaren niet zozeer de crisis zelf en dat we verschillende meningen hebben, maar dat we vanuit een overtuiging steeds minder in staat lijken om er normaal over te praten. En juist dat gesprek hebben we nodig. Niet om elkaar te overtuigen, maar om te begrijpen waarom iemand tot een bepaalde conclusie komt.
Toch geloof ik dat het anders kan. Niet door iedereen direct van mening te laten veranderen, maar door iets simpelers terug te brengen: de bereidheid om naar elkaar te luisteren. Verdiep jezelf in bepaalde thema’s zoek de nuances en ga het gesprek aan. Want zonder dat gesprek blijft er uiteindelijk maar één ding over.
Groepen mensen die zeker weten dat ze gelijk hebben – en elkaar totaal niet meer begrijpen. En dat zou misschien wel de grootste crisis van allemaal zijn.



