Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. ledere zaterdag krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen

Home » COVID-19 » Naar dit onhoudbare addendum verwees Van Dissel

Naar dit onhoudbare addendum verwees Van Dissel

Op 31 mei plaatste ik het blog “factchecking het OMT”. Dat ging over zowel het deel van het addendum, dat handelde over het al dan niet buiten besmet worden, en over aerosols. Vandaag verwees Van Dissel naar dit addendum. Ik nodig u uit om nog even dat deel terug te lezen. U treft het hieronder aan.

Verspreidt het virus zich al dan niet door de lucht?

Dit is de tekst van het addendum. De nummers erachter betreffen de factchecking opmerkingen

Een aerosol: een wolk van grote en kleine druppels en druppelkernen

Bij spreken, hoesten en niezen worden aerosolen gevormd, d.i. een wolk van grote en kleine druppels en druppelkernen. Bij zingen en bij schreeuwen is de verhouding groter en kleine druppeltjes anders dan bij spreken. Ook temperatuur en luchtvochtigheid beïnvloeden de samenstelling van de wolk druppels. Grote en fijne, kleine druppels in een aerosol, vormen een continuüm, maar wat betreft de verspreiding van virussen (druppels vs. aerogeen) is het onderscheid belangrijk. Grote druppels kunnen infectieus virus bevatten en reiken tot circa 1.5 meter. Aerogene verspreiding betreft overdracht via fijne, kleine druppels en druppelkernen, die lang in de lucht blijven zweven en veel verder komen dan grote druppels. Maar de vraag is of en hoe lang deze kleine druppels infectiues SARS-CoV-2 bevatten. Er zijn verschillende argumenten dat fijne kleine druppeltjes slechts een beperkte rol spelen in de COVID-19 uitbraak:

Allereerst, het basis reproductiegetal van SARS-CoV-2 bedraagt circa 2.2. tot 2.8. Dit is ongeveer gelijk aan dat van andere luchtweginfecties, zoals influenza dat eveneens door grote druppels overgedragen wordt (1).

Virusziektes zoals mazelen, die aerogeen via fijne, kleine druppels verspreid worden, hebben karakteristiek een veel hoger reproductiegetal, tussen de 12 en 20 (2).

Ten tweede, de genomen maatregelen zijn gericht op het vermijden van virusoverdracht door grote druppels, en de maatregelen hebben effect. Als coronavirus aerogeen verspreid zou worden, dan hadden de 1,5 meter-afstandsmaatregelen geen effect gehad. (3).

 

Onze factcheck is:

  1. Ook ten aanzien van influenza zijn er diverse studies en auteurs die wijzen op de verspreiding van het virus via de lucht. Een klassiek geval uit 1977 is die van een vliegtuig dat 5 uur op een landingsbaan stond zonder luchtverversing. 38 van de 52 passagiers kregen griepachtige verschijnselen nadien.

Op de website van het Ministerie van Volksgezondheid/RIVM staat bij de influenzarichtlijnen zelfs de volgende tekst:

Transmissie is door de lucht via druppels ≥ 10 μm over korte afstand (face-to-face). Overdracht via druppelkernen < 10 μm, die lange tijd en over een grote afstand (kilometers) kunnen blijven zweven, speelt ook een rol,, maar de relatieve bijdrage qua overdrachtskans ten opzichte van druppels is nog niet bekend

Er zijn ook andere studies van voor 2020 die wijzen op de aerogene verspreiding van influenza.

Dit  staat bijvoorbeeld in een studie uit 2013

(Daarnaast hebben we vorige week een verslag geschreven van het boek van Wells uit 1955 waarin muizen heel ziek werden van aerosols met influenzavirus en veel  minder van grote druppels. De reden zou o.a. zijn dat een grote druppel in de neus nog niet bij de longen terecht hoeft te komen en het inademen van de microdruppels wel direct in de longen terechtkomt).

Conclusie: het argument dat influenza ook (alleen) via grote druppels wordt overgedragen is niet via onderzoek onderbouwd en is slechts een aanname.

  1. Mazelen wordt inderdaad via de lucht verspreid en heeft een hoge reproductiefactor. Dit argument, dat ook regelmatig in de media door o.a. prof. Voss wordt gebezigd, houdt dus in dat alleen via de lucht grote aantallen mensen tegelijk besmet kunnen worden. Het is inderdaad uiterst onwaarschijnlijk dat via direct contact met een besmet persoon tientallen personen worden besmet.

Waar bij deze redenering echter aan voorbij wordt gegaan is dat de R0-waarde een gemiddelde is van de verspreiding van een virus. Een reproductiefactor van 2 betekent niet dat ieder besmet persoon 2 andere personen besmet. Het kan theoretisch ook zo zijn dat van de 100 personen er 99 zijn die geen enkel ander persoon besmet, en dat die 1 wel 200 personen besmet.

Dat wordt in de epidemiologie aangeduid met de ‘dispersiefactor’. Bij een waarde van 1 besmet iedere besmette persoon inderdaad 2 andere personen. Maar bij een waarde dichtbij 0 is die verhouding heel scheef (bijvoorbeeld 10% van de besmette personen is verantwoordelijk voor 80% van alle andere besmettingen.

Er komt steeds meer bewijs dat bij COVID-19 juist dit het geval is. In zijn recente podcast beschrijft prof. Christian Drosten dit uitvoerig.

In ieder geval zijn er vele voorbeelden van bijeenkomsten waar in één klap veel mensen zijn besmet (superspreadevents):

In deze recente studie staat trouwens o.a. dat SARS-CoV-1 in 2003 vooral via de lucht ging. Waarom zou het dan bij SARS-CoV-2 vrijwel zeker niet zo zijn?

Maar eigenlijk bewijst het OMT dit zelf ook al ten aanzien van COVID-19, zonder dat ze dit blijkbaar door hebben: het OMT stelt via het voorbeeld van de mazelen dat hoge aantallen besmette personen alleen maar kunnen geschieden via een besmetting via de lucht (en dus ook op grotere afstand dan 1,5 meter).

Alleen al de bovenstaande voorbeelden (en er zijn veel meer) kunnen volgens dezelfde argumentatie van het OMT dus ALLEEN maar wijzen op besmetting via de lucht. Men moet zich in veel bochten wringen om deze grote aantallen besmettingen toe te kennen aan het direct besmet worden binnen 1,5 meter. En het massaal besmet worden via oppervlaktes is ook geen reëele verklaring.  Enerzijds omdat de plek met de meeste besmette oppervlaktes, namelijk in het huis van een patiënt, niet leidt tot een hoog percentage besmette huisgenoten. Anderzijds omdat er nu twee onderzoeksgroepen (Duitsland en Israel) zijn die melden COVID-19 samples afgenomen te hebben van besmette personen en op basis daarvan tot de conclusie komen dat je niet op die manier besmet wordt.

Prof. Drosten komt de afgelopen week hierdoor o.a. tot de volgende conclusie: Druppeltjesoverdracht blijft ook een rol spelen…… Maar in verhouding tot de aerosoloverdracht is het waarschijnlijk een kleinere component

Conclusie: Verkeerd toepassen van logica. Juist doordat mazelen als voorbeeld wordt gezien als het besmetten via de lucht, omdat er dan zoveel mensen tegelijk worden besmet, bewijzen de superspreading events bij COVID-19 met hoge aantallen besmette personen wel degelijk op besmetting via een aerogene weg.

  1. Dat na de lockdown het aantal besmettingen aanzienlijk is afgenomen wordt door het OMT toegeschreven aan de maatregelen van 1,5 meter afstand houdeen, zoals er staat vermeld. En dat is vervolgens het bewijs dat er geen aerogene verspreiding plaatsvindt, volgens het OMT

Het is moeilijk aan te geven hoeveel zaken fout zijn bij deze manier van redeneren. Maar het typeert eigenlijk de wijze waarop het RIVM en OMT de afgelopen maanden opereren.

Door de maatregelen van de lockdown zijn ook bijeenkomsten met (grote) groepen mensen verboden. Dus de kans dat er besmettingen tijdens superspreading events plaatsvonden erna is ook sterk verlaagd.

Er is geen enkel bewijs van in welke mate ieder van de maatregelen heeft gezorgd voor de verlaging van het aantal besmettingen. Dus de slotconclusie: “Als coronavirus aerogeen verspreid zou worden, dan hadden de 1,5 meter-afstandsmaatregelen geen effect gehad” is een redeneerfout van de hoogste categorie.

Er had net zo goed kunnen staan “Als coronavirus via druppels verspreid zou worden, dan had de maatregel om alle activiteiten met meerdere mensen te verbieden, geen effect gehad”. En ook dat was dan een kanjer van een redeneerfout geweest.

De Volkskrant beschreef op 30 mei het grote effect van superspreading events. In het verlengde van prof. Christaan Drosten die op 26 mei in een podcast zei: Druppeltjesoverdracht blijft ook een rol spelen. Maar in verhouding tot de aerosoloverdracht is het waarschijnlijk een kleinere component.

Conclusie: Dit is een drogreden van de categorie Non Sequitur (het volgt er niet uit). Met behulp van een kanjer van een redeneerfout wordt een conclusie getrokken. 

Dit onderdeel wordt afgesloten met de volgende hartenkreet van prof. Morwaska:

Maar die oproep wordt duidelijk niet gehoord door prof. Van Dissel. Die gaf gisterenochtend een interview aan de NOS, waar hij veel van het hierboven gefactcheckte weer herhaalde en nog meer. Dit deel komt zonder verder commentaar. De conclusies kunt u zelf trekken.

 

 

 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK