Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Uit 2016: Voor wie is de PvdA er nog?

Uit 2016: Voor wie is de PvdA er nog? - 69496
Samenvatting van het artikel

In 2016 schreef ik dit artikel voor het boek van Bram Peper "Haalt de PvdA 2025?". Interessant om op dit moment in de tijd dit artikel nog een keer terug te lezen met de kennis van nu.

Lees volledig artikel: Uit 2016: Voor wie is de PvdA er nog?

Leestijd: 13 minuten

Uit 2016: Voor wie is de PvdA er nog?

Boek van Bram Peper

Begin 2017 publiceerde Bram Peper een boekje met de titel “Haalt de PvdA 2025”. Ik heb ook een bijdrage geleverd. En nu we meer dan 6 jaar verder zijn en het bijna 2025 is plaats ik mijn bijdrage als een “long-read” op deze site. Het laat goed zien dat de afgelopen verkiezingsuitslag zich eigenlijk al jaren geleden aankondigde.

De electorale verschuivingen

Tot 50 jaar geleden stemde het overgrote deel van de kiezers bij iedere verkiezing dezelfde partij. Naarmate de naoorlogse generatie een groter deel ging uitmaken van het electoraat namen de electorale bewegingen toe. 40 jaar geleden zagen we de eerste verschuiving van 10 zetels tussen twee Tweede Kamerverkiezingen. 20 jaar geleden de eerste verschuiving van 20 zetels.

De grootste verschuiving tot nu toe was in 2002. Na 8 jaar met de VVD geregeerd te hebben verloor de PvdA 22 zetels (daalde naar 23 zetels). De nieuwe partij LPF haalde in één keer 26 (en als Pim Fortuyn niet vermoord zou zijn, waren dat er zelfs meer geweest).

Hoe sterk de electorale veranderingen zijn geweest is goed te zien bij het CDA en de drie samenstellende partijen KVP, CHU en ARP. In 1963 haalden deze drie partijen samen 76 zetels. Vijftig jaar later haalde het CDA 13 zetels. Dus van ongeveer de helft van het electoraat naar minder dan 10% in die vijftig jaar.

De laagste score van de PvdA bij Tweede Kamerverkiezingen was in 2002 met ongeveer 15% van de kiezers. Bijna 20% minder dan de hoogste score in 1977. Maar na een score van 25% bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 heeft de PvdA bij de drie daarop volgende verkiezingen (Gemeenteraad, Provinciale Staten en Europees Parlement) het slechtste resultaat ooit gehaald bij deze verkiezingen met scores in de buurt van de 10%. En op het moment van schrijven lijkt de kans groot dat de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen voor de PvdA de slechtste ooit zal zijn (bij minder dan 23 zetels is dat een feit).

Minder christenen

De electorale neergang van het CDA kan eenvoudig toegeschreven worden aan het feit dat het aandeel kiezers in Nederland dat zichzelf tot een christelijk kerkgenootschap rekent sterk is gedaald. Nog maar 15% der Nederlanders bezoekt regelmatig een religieuze dienst. En uit die groep haalt het CDA de laatste 5 jaar vooral zijn kiezers.

Dat de PvdA electoraal vergelijkbare problemen had en heeft als het CDA is bij de PvdA versluierd door de werking van het Nederlandse kiesstelsel. In tegenstelling tot bij de andere verkiezingen heeft de kiezer bij Tweede Kamerverkiezingen wel het gevoel invloed te hebben op wat er na die verkiezing gebeurt. Namelijk wie de premier wordt. Dat is namelijk vrijwel altijd de lijsttrekker van de grootste partij. Er zijn kiezers die via hun stem bij een tweestrijd om wie de grootste wordt van een andere partij van voorkeur over stappen op een van deze twee (het zogenaamde “strategisch stemmen”). Bij de laatste verkiezingen gaf ruim 20% op dit gedaan te hebben.

In 2003 zorgde de tweestrijd tussen Balkenende en Bos dat de PvdA binnen 8 maanden na het recordverlies van 2002 19 zetels steeg. En in 2012 zorgde de tweestrijd Rutte-Samsom dat de PvdA bij de verkiezingen 23 zetels meer haalde dan de score van 15 zetels in de peiling 4 weken eerder. (En de SP van Roemer legde die weg andersom af).

Deze goede verkiezingsuitslagen in 2003 en 2012 werden door de PvdA gezien als een ruime steun van de kiezers voor de standpunten van de PvdA. Een bevestiging van de belangrijke positie die deze partij  in de tweede helft van de vorige eeuw in de Nederlandse politiek had ingenomen met verschillende premiers (Schermerhorn, Drees, Den Uyl en Kok) en regelmatige deelnames aan kabinetten. Maar in werkelijkheid was dit het niet. In beide gevallen ging het vooral om het poppetje. Of wel het poppetje dat men wel als premier wilde (Bos-Balkenende, Samsom-Rutte) of het poppetje dat men niet als premier wilde (Bos-Balkenende, Samsom-Rutte).

Maar net zoals bij het CDA, waarbij dankzij Lubbers en Balkenende de fundamentele neergang is gemaskeerd, is de PvdA al behoorlijk lang het overgrote deel van haar trouwe aanhang kwijtgeraakt. Deels door demografische processen (onder overleden kiezers tussen verkiezingen zitten relatief veel trouwe CDA- en PvdA-kiezers) en deels door de ontwikkelingen binnen de samenleving. Een proces dat we in feite in alle Westelijke landen zich zien voltrekken, maar waarvan de verschijningsvorm kan verschillen door de nationale inrichting van het parlementaire- / kiesstelsel.

Veranderingen in de samenleving

Aan de basis van die ontwikkelingen in de samenleving staan het sterk gestegen onderwijsniveau van de bevolking en de globale verspreiding van de -mobiele- informatietechnologie (zoals ik o.a. heb aangekondigd bij het begin van het internet in mijn boek “Dankzij de snelheid van het licht”  uit 1995)

Wat het opleidingsniveau betreft heb ik het zelf van nabij kunnen meemaken. Mijn ouders, geboren rond 1915, moesten, wegens grote armoede thuis, al rond hun 12e van school en gaan werken. Uit de volkstelling van 1960 is op te maken dat 80% van de Nederlanders van dat moment, net zoals mijn ouders, maximaal Uitgebreid Lager Onderwijs had gehad. Onder de generatie van mijn oudste kinderen heeft 40% als hoogste opleiding Universiteit of HBO genoten. Een gigantische verschuiving in slechts twee generaties.

Mijn ouders stemden PvdA (SDAP zoals ze het nog lang noemden). Ze hadden veel ontzag voor de politieke leiders (zoals ze ook veel ontzag hadden voor hoogleraren en dokters). Ze deelden alle opvattingen van hun politieke leiders, zoals het overgrote deel van de aanhang van de verschillende partijen in die tijd van de verzuiling. Mede omdat de groep kiezers behoorlijk homogeen was: ze lazen dezelfde krant, waren lid van dezelfde omroep, behoorden tot dezelfde kerk (althans bij de confessionele partijen) en behoorden tot dezelfde sociale klasse.

Verzorgingsstaat

De PvdA heeft een cruciale rol gespeeld bij de inrichting van de verzorgingsstaat, waardoor er meer bestaanszekerheid werd geboden aan mensen en de positie van de arbeider ten opzichte van de werkgever aanzienlijk werd versterkt. Iets dat lang tot dankbaarheid en electorale trouw heeft geleid bij die kiezers, zoals mijn ouders, die ook de armoedige situatie van voor de oorlog kenden. “Dankzij Drees hebben we de AOW”.

Maar de homogeniteit van de groepen in de samenleving nam af. Het opleidingsniveau steeg, de wereld werd kleiner, de samenleving werd complexer. Werkgelegenheid in de landbouw en industrie nam sterk af. De ontwikkelingen van de digitale technologie lieten oude banen en bedrijven snel verdwijnen en nieuwe banen en bedrijven snel opkomen. Concurrentie, die in het verleden zich fysiek op korte afstand bevond, kan nu vanuit de hele wereld komen. En de komende 10 jaar zullen de veranderingen nog groter zijn dan de verandering van de afgelopen 10 jaar. Zoals de Amerikanen zeggen “You ain’t seen nothing yet”.

Alle oude instituties hebben grote problemen met het zich aanpassen aan deze nieuwe ontwikkelingen. Als het bedrijven niet lukt dan gaan ze failliet of worden overgenomen. Nieuwe bedrijven komen op. Producenten van filmrolletjes zijn verdwenen evenals diverse grote winkelketens. Facebook, een bedrijf dat 12 jaar geleden is opgericht, is nu meer dan 300 miljard euro waard, beduidend meer dan Royal Dutch Shell.

Het politieke stelsel in Nederland is ook zo een oud instituut dat lange tijd heel bevredigend heeft geopereerd. Het stelsel uit 1848 paste goed bij de samenleving zoals die tot ver in de 20e eeuw was. Maar de laatste 20 jaar zien we het steeds meer schuren. Aanpassingen aan ons stelsel hebben echter niet plaatsgevonden. Terwijl het woord “hervormen” door het VVD-PvdA kabinet na 2012 in de mond bestorven lag, betrof het in ieder geval niet het politieke stelsel of de eigen partij.

Minder homogene groepen

De enig echte ingrijpende wijziging is supranationaal: het opzetten van de Europese Unie en het uitbreiden van de bevoegdheden daar. Maar dat lijkt op z’n best meer van hetzelfde te zijn voor wat de democratie betreft en vergroot ook het gevoel bij burgers dat ze weinig directe invloed hebben op wat er besloten wordt. Dat vinden ze al t.a.v. Den Haag, laat staan t.a.v. Brussel.

Tegelijkertijd kan vastgesteld worden dat de kiezers t.a.v. belangrijke onderwerpen steeds minder homogene groepen vormen. Je kunt op een partij stemmen, terwijl je toch met een behoorlijk deel van de punten van die partij het oneens bent. Denk aan onderwerpen als integratie, immigratie, klimaat, veiligheid, inkomensbeleid, flexibilisering van de arbeid, vrijheid van meningsuiting, Europese Unie. Afhankelijk van welk onderwerp echt speelt of je op dat moment belangrijk vindt, bepaal je je electorale steun voor een partij. Een steun die vrij snel daarna weer kan verdwijnen, zeker als door ons systeem van coalitievorming, partijen behoorlijk veel water in de wijn moeten doen bij de vorming van de regering. 

Twee maanden na de verkiezingen van 2012 en direct na de bekendmaking van de inhoud van het regeerakkoord VVD-PvdA was de VVD vrijwel gehalveerd in aanhang. Bij de PvdA was dat enkele maanden later het geval. Vanaf acht maanden na het aantreden van de regering VVD+PvdA stonden deze twee partijen in mijn peilingen samen onder de helft van de 79 zetels die zij in september 2012 hadden gehaald om daarna er nooit meer boven te komen.

Omdat het Nederlandse politieke stelsel geen hoge toetredingsdrempels kent voor nieuwe partijen zien we met partijen als SP, LPF, PVV en de vele lokale partijen in gemeenten een versplintering ontstaan in de vertegenwoordigende lichamen. De grootste partij in de huidige Eerste Kamer heeft 16% van de kiezers achter zich. Dat was nooit zo weinig. En je hebt nu zeker 4 partijen nodig om een meerderheid in die Kamer te krijgen.

De kern van de problemen van de PvdA

De problematiek van de PvdA is dus aan de ene kant de problematiek van ons hele Nederlandse politieke stelsel. Iets waar alle politieke partijen, volksvertegenwoordigers en bestuurders mee te maken hebben.  En dat is niet opgelost als de PvdA bij een van de volgende verkiezingen weer een percentage van 25% of meer zou scoren.

Aan de andere kant hebben de gesignaleerde veranderingen in de samenleving er ook voor gezorgd dat er geen homogene groep mensen meer in de samenleving is, die de PvdA zien als hun uitgesproken belangenbehartiger/vertegenwoordiger. Terwijl de PvdA als partij samen met haar leden dat niet lijkt te onderkennen of daar in ieder geval geen antwoord op heeft. Wat zegt het woord “sociaal-democratie”  nog precies?  Welke standpunten t.a.v. de belangrijke problemen van de samenleving horen erbij? En zelfs als daar een eenduidig antwoord op wordt gegeven t.a.v. die verschillende standpunten zien we dat er niet zoveel kiezers zijn, zelfs als ze zichzelf als “sociaal-democraat” beschouwen, die het eens zijn met al die standpunten.

De PvdA uit de tweede helft van de 20e eeuw was een partij waar twee groepen in samen kwamen. Aan de ene kant de “arbeiders”, breder geformuleerd, de mensen met de lagere inkomens.  Aan de andere kant een deel van de hoog opgeleiden vaak met hogere inkomens, die zich bekommerden/ solidair waren met de “zwakkere in de samenleving”. Daarbij werden veel maatregelen genomen op het sociaal-economisch vlak, die meer bestaanszekerheid gaven aan degenen die dat het meeste nodig hadden via o.a. AOW, WW, WAO, Ziekenfonds. En ook op andere wijzen, zoals bij het onderwijs, werden veel inspanningen verricht ter emancipatie van die arbeider. Het is belangrijk daarbij te beseffen dat deze twee groepen binnen de PvdA, mede gezien de omstandigheden toen, niet gelijkwaardig waren. De ene groep kwam vooral op voor de belangen van de andere groep.

Onzekerder over toekomst

Maar dit organisch evenwicht binnen de PvdA tussen deze twee groepen is de laatste 25 jaar in een steeds grotere mate doorbroken. Uit mijn peilingen blijkt dat kiezers met een laag inkomen, die traditioneel tot de doelgroep van de PvdA behoren, zich steeds onzekerder voelen over hun bestaan en de toekomst. Met name degenen van die groep met een laag inkomen. Zij maken zich zorgen over hun financiele toekomst en voelen zich bedreigd door de vele veranderingen die zich zowel wereldwijd als in hun eigen omgeving voltrekken. Dat is zowel op het economisch vlak als op het sociaal-culturele vlak. Veel van hun zekerheden verdwijnen. (In september 2016 maakte ik daar een uitgebreide analyse over: http://bit.ly/2cPNKk4 ).

In het verleden ondervond deze groep ten aanzien van hun belangrijkste onzekerheden (die vooral op het financiele vlak lagen) duidelijke steun van de -hoog opgeleiden binnen de- PvdA.

Nu is dat om twee belangrijke redenen niet meer het geval:

  1. De PvdA is de regering met de VVD in ingestapt en heeft daar actief meegewerkt aan hervormingen, die door veel mensen uit deze groep als een achteruitgang worden ervaren of als een extra serie onzekerheden.

Dat heeft helemaal kwaad bloed gezet doordat in het verleden de hoog opgeleiden binnen de PvdA zich op hebben geworpen als de beschermheren voor de belangen van de laag opgeleiden en dat vertaalden in wetten en regels die direct ten goede kwamen aan die laag opgeleiden. Maar nu werd de lijn van redeneren van de top van de PvdA “we moeten nu ingrijpende maatregelen nemen, in het belang van het land, die zullen u pijn doen, maar die zijn onontkoombaar.” En daaraan toegevoegd “wij lopen niet weg voor onze verantwoordelijkheid”.  Maar in het huidig tijdsgewricht werkt zo een bevoogdende aanpak niet meer. Het is een vorm van bevoogding, die bij Drees nog kon werken, maar niet bij Samsom. Zeker niet als dat gepaard gaat met veel meer bronnen van informatie dan vroeger, waarbij men zicht krijgt op echte of vermeende misstanden. En ruim toegang krijgt tot allerlei verschillende opinies, zodat je daar de keuze kunt maken uit degene die past bij jouw directe belang of overtuiging.

En er was ook geen enkele prominente PvdA-er waarvan deze groep het gevoel had dat die wel opkwam voor hun belangen. Wat Kok in 1990 gebeurde toen hij de WAO ging hervormen was kinderspel bij wat er tussen 2013 en 2016 met de PvdA is gebeurd in deze regeringsperiode. En het is de grote vraag of die vertrouwensbreuk met zo een grote groep van het traditionele electoraat nog te herstellen is.

  1. Ten aanzien van een aantal belangrijke vraagstukken van deze tijd voor deze groep met lage opleiding, geeft de opstelling van de PvdA geen goed antwoord op die nieuwe onzekerheden, die samenhangen met immigratie en integratie, de sociale en economische gevolgen van de globalisering, de samenwerking binnen Europa en de snel veranderende arbeidsmarkt onder invloed van kunstmatige intelligentie en robotisering. Wellicht wel op een hoger abstractieniveau, maar niet voor het dagelijks bestaan.

Dat heeft electoraal tot gevolg dat de PvdA eigenlijk nog alleen de groep van hoger opgeleiden, meer bestuurlijk ingestelde kiezers, heeft overgehouden en de andere groep electoraal vrijwel is kwijtgeraakt. Die kiezen nu vooral PVV, SP en 50PLUS.

Onoplosbaar

Die problematiek is voor de PvdA niet op te lossen door “beter uitleggen”, “terug naar de kern”, “weer uitgaan van onze oorspronkelijke uitgangspunten”, laat staan via “maar wij hebben wel onze  verantwoordelijkheid genomen”.

Ik betwijfel ten zeerste of er wel een echte oplossing is. Zelfs als de PvdA een manier zou vinden om die verbinding met hun oorspronkelijke kern weer tot stand te brengen, zal het Nederlandse politieke stelsel een stabiele situatie voor de PvdA (en de andere politieke partijen) in de weg zitten.

Welke uitslag de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2017 ook zal opleveren er zal een regering ontstaan die gesteund moet worden door minimaal vier partijen in Eerste of Tweede Kamer. Als de PvdA deel zal uitmaken van deze groep partijen dan zal er voortdurend sprake zijn van compromissen, waar weinigen van de eigen aanhang de handen voor op elkaar zullen krijgen. In de oppositie zou de PvdA meer electorale steun kunnen genereren, maar die zal niet structureel zijn en zodra de PvdA weer deel uitmaakt van de regering begint het verhaal opnieuw. Alleen de rit in de achtbaan zal nog heftiger zijn dan die we nu al achter de rug hebben.

De vraag of de PvdA 2025 haalt is in dat kader haast irrelevant. De vraag is of de PvdA van vandaag nog wel de PvdA is, zoals die destijds bedoeld was. Of haar oorspronkelijke doelen al niet lang gehaald zijn en deze partij zichzelf heeft overleefd.

De vraag is eigenlijk meer of ons politieke stelsel 2025 haalt. En wat ook het antwoord van die vraag is, wat dan nog de rol is van partijen en welke van de bestaande partijen dan nog bestaan, c.q. lijken op de partijen die we nu hebben.

Het gaat er ook niet om of de PvdA beter kan fuseren met partijen als SP, GroenLinks en/of D66. Of hoe de PvdA toch weer betere verkiezingsresultaten zou kunnen gaan halen, om vervolgens daarna weer in een nog grotere achtbaan terecht te komen.

De vraag zou moeten zijn hoe na zoveel ingrijpende mutaties in zowel de wereld om ons heen als in de uitdagingen waar we met z’n allen voor staan, de PvdA een erfenis kan nalaten voor de toekomst. Waarbij elementen van het oorspronkelijke DNA worden doorgegeven naar de toekomst toe, zonder de ballast uit het verleden.

Omzetten basisprincipes

Het gaat er dus om hoe je basisprincipes uit het verleden kan omzetten in enerzijds een programma voor de uitdagingen van vandaag en morgen, maar anderzijds ook een aanpak waarbij de kiezer zelf een veel belangrijkere rol gaat spelen in zowel datgene wat er in zijn eigen omgeving gebeurt als hetgeen op een hoger niveau (regio, natie) wordt besloten. En dan zou het best eens kunnen zijn dat een politieke partij een volledig achterhaald concept is.

In dat kader vind ik het volgende verhaal stereotype voor de situatie waar we in beland zijn. En het is niet een specifiek probleem van de PvdA, maar van de hele inrichting van ons bestuurlijk systeem. In een van onze provincies werd een project opgestart om in een gemeenschap de bewoners te laten komen met verbeterplannen. Ten aanzien van de top-5 plannen werd aangegeven dat er inspanningen verricht zouden worden om die ook echt uit te voeren. Toen die plannen echter op het Provinciehuis terecht kwamen voor de uitvoering kwamen de ambtenaren vooral met argumenten waarom het niet kon. Wetten en regels gaven er geen ruimte toe en er was het gevaar van precedenten. Wat mensen willen blijkt door het systeem onmogelijk gemaakt te worden.

Het lijkt erop wat ik in het onderwijs tegenkom als ik spreek over de broodnodige hervormingen. Velen, vanuit diverse verantwoordelijkheden, zijn het met mij eens, maar als je dan vraagt waarom het dat niet verandert is het antwoord “Het systeem”.  Alsof het iets is wat buiten ons zelf staat.

Verder doormodderen lijkt me noch voor de PvdA, noch voor de (potentiele) aanhang van de PvdA, noch voor Nederland echt gewenst.

Sociaal democraten?

Wat degenen, die zich wel verbonden voelen met wat de PvdA bedoeld was om te zijn en wat het historisch heeft betekend, aan zichzelf en die partij verschuldigd is om een 21e eeuwse vertaling te maken van dat DNA. Wat zou dat woord “sociaal democraten”  anno 21e eeuw nog kunnen betekenen?  Maar dan wel weg van de dogma’s van het verleden, die voor een belangrijk deel hun relevantie hebben verloren. Een nieuwe invulling van wat de woorden “sociaal”  en “democratie” in de 21e eeuw zouden kunnen betekenen. Een totaal andere wereld dan het eind van de 19e eeuw/begin 20e eeuw, waar de oorsprong van de PvdA afkomstig van is.

Waar een nieuwe invulling moet gegeven worden van de invloed van de burger op het landelijk bestuur, de eigen gemeente, maar ook op zijn eigen leefomgeving. Het kan niet meer zo zijn dat t.a.v. de belangrijkste functies van het bestuur (premier, regering, burgemeester, gemeentebestuur)  en bij de belangrijkste beslissingen die er genomen worden de burger op grote afstand moet blijven staan. Omdat we het zo t.a.v. de representatieve democratie in 1848 hebben afgesproken. De sleutelwoorden moeten zijn “draagvlak organiseren” over beslissingen die op nationaal niveau worden genomen. En “directe invloed”  op de zaken die in je eigen omgeving gebeuren.  Dat vraagt om een ingrijpende hervorming van ons gehele bestuurlijk stelsel dat van een verticale opzet naar een horizontale opzet moet gaan. Iets wat als het niet goedschiks gebeurt, dan wel kwaadschiks zal gaan gebeuren.

En ook het woord “sociaal” moet een andere invulling krijgen, waardoor degenen die zich nu bedreigd voelen in hun bestaanszekerheid  (en dat is niet alleen economisch) een vorm van bescherming of veiligheid gaan ervaren. En ook daar speelt het hebben van invloed op je eigen lot een grote rol. Het volgende voorbeeld uit een fabriek spreekt boekdelen: “De fabriek had een lopende band en produceerde 1000 eenheden per uur. De tevredenheid van de werknemers werd met een 5 uitgedrukt. De directie wilde de productiviteit verhogen en nam toen twee maatregelen. De lopende band ging met 10% qua snelheid omhoog en de werknemers kregen een knop om de snelheid van die band te beinvloeden.  De productie ging met 7% omhoog en de tevredenheid naar een 6,5.”

Serieus genomen

Mensen zijn tot veel bereid om voor anderen te doen of zich opofferingen te getroosten, maar alleen als ze daar veel ruimte voor krijgen en op cruciale punten zelf invloed kunnen uitoefenen. Dat hun zorgen serieus worden genomen en ze zelf een rol kunnen spelen bij het vinden van de oplossingen.

Als een nieuwe invulling van “democratie” en een moderne invulling van “sociaal” de erfenis zou kunnen zijn van de PvdA en vervolgens dan nieuwe vormen van organisatie gaan ontstaan, waar de PvdA als het ware in oplost, dan zou dat een mooi eind betekenen van een partij die veel heeft bijgedragen aan ons land in de tweede helft van de vorige eeuw. Maar als men op de huidige voet verder gaat dan draagt het vooral bij aan een ontluistering van een historisch erfgoed.

(MdH: drie maanden na het schrijven van dit artikel haalde de PvdA 9 zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen.)

U heeft zojuist gelezen: Uit 2016: Voor wie is de PvdA er nog?

Volg Maurice de Hond op X | Facebook | LinkedIn | YouTube.

Deze website opereert dankzij de financiële steun van de bezoekers en kent geen paywall of adverteerder. Klik hier als u een (kleine) donatie wilt geven. Onze dank is groot.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.